<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="IMRO-PT.css" type="text/css"?>
<plantekst xsi:schemaLocation="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2008/1 http://schemas.geonovum.nl/imro/pt/2008/1.0//IMRO-PT2008.xsd" identificatie="NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2008/1" xmlns="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2008/1" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
	<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
	<verwijzingNaarPlangebied xl:type="simple" xl:href="NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201.gml"/>
	<verwijzingNorm>IMRO2008</verwijzingNorm>
	<verwijzingNorm>PRPT2008</verwijzingNorm>
	<autonummering>true</autonummering>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s0">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>1</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer></nummer>
		<titel>Julianalaan 10-40, Wijhe</titel>
		<objectType>document</objectType>
		<objectNiveau>0</objectNiveau>
		<ouderId></ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p></p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s1">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>2</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer></nummer>
		<titel>Toelichting</titel>
		<objectType>toelichting</objectType>
		<objectNiveau>1</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s0</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s2">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>3</volgnummer>
		<objectLabel>hoofdstuk</objectLabel>
		<nummer>1</nummer>
		<titel>Inleiding</titel>
		<objectType>hoofdstuk in toelichting</objectType>
		<objectNiveau>2</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s1</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p></p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s8">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>4</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>1.1</nummer>
		<titel>Aanleiding</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s2</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Deze ruimtelijke onderbouwing beschrijft de ontwikkeling aan de Julianalaan in Wijhe. SallandWonen heeft het voornemen hier 16 verouderde duplexwoningen te slopen en in plaats daarvan 20 energiezuinige appartementen te realiseren. Deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld in het kader van een projectbesluit.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s9">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>5</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>1.2</nummer>
		<titel>Ligging besluitgebied</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s2</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Het besluitgebied ligt ten oosten van het centrum van Wijhe tussen de Julianalaan aan de noord- en oostzijde en de Beatrixlaan aan de west- en zuidzijde. Momenteel staan er ter plaatse 16 duplexwoningen uit de jaren '50/'60. De begrenzing wordt weergegeven in afbeelding 1.</p>
			<p></p>
			<p><img src="i_NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201_0001.png" width="466" height="367" alt="verplicht"/>
			</p>
			<p>Afbeelding 1: Ligging van het plangebied, bron: Google maps</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s10">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>6</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>1.3</nummer>
		<titel>Huidige planologische regeling</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s2</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Het gebied wordt momenteel planologisch geregeld in het bestemmingsplan "Wijhe" van de gemeente dat is vastgesteld op 16 februari 2009 door de raad van de gemeente Olst-Wijhe. In dit geldende bestemmingsplan heeft het gebied de bestemming "Wonen-Woongebouw" en "Groen" en "Verkeer-Verblijfsgebied". Binnen deze bestemmingen is het voorgenomen plan niet mogelijk. </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s12">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>7</volgnummer>
		<objectLabel>hoofdstuk</objectLabel>
		<nummer>2</nummer>
		<titel>Beleid</titel>
		<objectType>hoofdstuk in toelichting</objectType>
		<objectNiveau>2</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s1</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p></p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s13">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>8</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>2.1</nummer>
		<titel>Rijksbeleid</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s12</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s15">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>9</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>2.1.1</nummer>
		<titel>Nota Ruimte</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s13</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>In de Nota Ruimte (januari 2006) zijn de uitgangspunten voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland vastgelegd. Hierbij gaat het om inrichtingsvraagstukken die spelen tussen nu en 2020, met een doorkijk naar 2030. In de nota worden de hoofdlijnen van beleid aangegeven, waarbij de ruimtelijke hoofdstructuur van Nederland (RHS) een belangrijke rol zal spelen. De afzonderlijke nota's op de desbetreffende onderdelen van ruimtelijk beleid zijn samengevoegd tot één Nota Ruimte.</p>
			<p></p>
			<p>"Ruimte voor ontwikkeling" is niet alleen de titel van de Nota Ruimte, maar is ook het uitgangspunt van het nieuwe ruimtelijk beleid: het rijk geeft meer ruimte aan medeoverheden, maatschappelijke organisaties, marktpartijen en burgers. "Decentraal wat kan, centraal wat moet" is het motto; het rijk focust zich meer dan voorheen op gebieden en netwerken die van nationaal belang zijn.</p>
			<p>De nota heeft vier algemene doelen: versterken van de economie (oplossen van ruimtelijke knelpunten), krachtige steden en een vitaal platteland (bevordering leefbaarheid en economische vitaliteit in stad en land), waarborging van waardevolle groengebieden (behouden en versterken natuurlijke, landschappelijke en culturele waarden) en veiligheid (voorkoming van rampen).</p>
			<p>Buiten de nationale RHS stelt het rijk zich terughoudend en selectief op. Voor deze gebieden wordt een basiskwaliteit nagestreefd. Tot de basiskwaliteit rekent het rijk onder meer de aandacht voor "ruimtelijke kwaliteit", de "watertoets" en wettelijke vereisten op het vlak van geluid, veiligheid, natuur, milieu en dergelijke.</p>
			<p>De ontwikkeling die met dit projectbesluit mogelijk wordt gemaakt doet op geen enkele wijze afbreuk aan het ruimtelijk beleid van het rijk.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s16">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>10</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>2.2</nummer>
		<titel>Provinciaal beleid Overijssel</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s12</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p></p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s17">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>11</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>2.2.1</nummer>
		<titel>Omgevingsvisie Overijssel</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s16</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De provincie Overijssel heeft het streekplan, verkeer- en vervoerplan, waterhuishoudingsplan en milieubeleidsplan samengevoegd tot één Omgevingsvisie. Hèt provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. Eén van de instrumenten om het beleid uit deze Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening. Beide documenten zijn op 1 juli 2009 door Provinciale Staten vastgesteld.</p>
			<p><br/>In de Omgevingsvisie wordt de visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel tot 2030 weergegeven. Het beleid staat primair in dienst van de sociaal-economische ontwikkeling van Overijssel. Dit betekent dat ruimte wordt gemaakt voor ontwikkeling van werkgelegenheid en dat hoogwaardige woonmilieus tot stand worden gebracht. Die dynamiek moet benut worden als een kans om de ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid te versterken. </p>
			<p>De provincie definieert Ruimtelijke kwaliteit als: "Datgene wat ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mensen belangrijk is". Of duurzamer gesteld: Wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd door naast bescherming vooral in te zetten op het verbinden van bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast bieden dorpen en kernen weer andere leefmilieus dan het stedelijk gebied. De eigenheid kan gevonden worden door de eigen karakteristieke opbouw trouw te blijven en de verbinding met het omliggende landschap of historische structuren expliciet te maken.</p>
			<p>De provincie wil ruimtelijke kwaliteit benaderen via de gebiedskenmerkencatalogus. In de catalogus gaan ze uit van een viertal lagen, de zogenaamde lagenbenadering:</p>
			<ul>
				<li>De natuurlijke laag: in deze laag heerst de logica van de ondergrond en het watersysteem en hoe abiotische en biotische processen daarop.  </li>
				<li>De laag van het agrarisch cultuurlandschap: in deze laag gaat het om het ten nutte maken van het landschap ten behoeve van agrarische productie.  </li>
				<li>De stedelijke laag: in deze laag draait het om sociale en fysieke dynamiek en diversiteit van de steden, dorpen en landstadjes en het verbindende netwerk er tussen van wegen, paden, spoorwegen en kanalen. </li>
				<li>Lust- en leisurelaag: in deze laag komen natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over beleving (onder andere recreatie) en identiteit (cultuurhistorie). </li>
			</ul>
			<p></p>
			<p>De Provincie stuurt via de Omgevingsvisie op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken. Door ontwikkeling conform de gebiedskenmerkencatalogus wordt de identiteit en diversiteit van dorpen (en steden) versterkt. Dat geldt in bijzonder voor de stads- en dorpsrandgebieden.</p>
			<p></p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s18">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>12</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>2.2.2</nummer>
		<titel>Gebiedskenmerkencatalogus rivierenlandschap</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s16</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>In de gebiedskenmerkencatalogus wordt het provinciaal belang van alle gebiedstypen en gebiedskenmerken beschreven en worden de aspecten ambitie en sturing toegevoegd. In de ruimtelijke kwaliteit spelen verschillende gebieden en hun kenmerkende eigenschappen een belangrijke rol. Het spectrum aan gebiedskenmerken is gegroepeerd in vier lagen.</p>
			<p></p>
			<p><em>De natuurlijke laag</em>
			</p>
			<p>Het plangebied valt onder de natuurlijke laag oeverwallen. De ambitie is de oeverwallen weer als ruimtelijk herkenbare structuren langs de rivieren te ontwikkelen. Het is  voornamelijk een cultuurlandschap, de natuurlijke kwaliteiten kunnen hier met name in de keuze van de beplanting sterker ontwikkeld worden. Gezien de ligging in de bebouwde kom van Wijhe is deze ambitie voor het plangebied weinig relevant.</p>
			<p></p>
			<p><em>De laag van het agrarisch cultuurlandschap</em>
			</p>
			<p>In de laag van het agrarisch cultuurlandschap valt het plangebied onder oeverwallen. De ambitie is de contrasten tussen het dynamische natuurlijke winterbed, de kleinschalige oeverwallen met dorpen, boomgaarden en beplantingen en lage grote open komgronden met verspreide erven op duintjes te vergroten en meer beleefbaar te maken. Gezien de ligging in de bebouwde kom van Wijhe is deze ambitie voor het plangebied niet relevant.</p>
			<p></p>
			<p><em>De stedelijke laag</em>
			</p>
			<p>In de stedelijke laag is het voorliggende plangebied aangewezen als woonwijken 1955-nu. De ambitie richt zich op herstructurering van naoorlogse wijken dat gezien wordt als een belangrijke opgave voor vitale steden. De wijken van na de oorlog behouden hierbij hun eigen karakter. Ook al neemt bij herstructurering het bebouwd oppervlak in de wijken door meer grondgebonden woningen toe, er blijft collectieve ruimte tussen de bouwblokken. In dit projectbesluit is sprake van een herstructurering in een naoorlogse wijk, waarbij kwalitatief hoogwaardige woningen worden toegevoegd. Op deze manier blijft de wijk vitaal en wordt het naastgelegen centrum leefbaar gehouden.</p>
			<p></p>
			<p><em>De lust en leisure laag</em>
			</p>
			<p>In de lust en leisure laag is er geen informatie die belemmerend kan zijn ten behoeve van de ontwikkeling van het plangebied. </p>
			<p></p>
			<p>Het projectbesluit is opgesteld ten behoeve van een herstructurering, die in lijn is met het beleid uit de Omgevingsvisie en kan daarom ook uit provinciaal oogpunt als gewenst worden beschouwd.</p>
			<p></p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s50">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>13</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>2.2.3</nummer>
		<titel>Omgevingsverordening</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s16</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Voor onderhavig plan is sprake van vervangende nieuwbouw in het kader van herstructurering. Er wordt daardoor geen extra beslag gelegd op de groene omgeving. De ontwikkeling draagt daarnaast bij aan versterken van de ruimtelijke kwaliteit. De ontwikkeling past daarnaast ook binnen het ontwikkelingsperspectief "woonwijk".</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s19">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>14</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>2.3</nummer>
		<titel>Gemeentelijk beleid </titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s12</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s20">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>15</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>2.3.1</nummer>
		<titel>Centrumvisie Wijhe</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s19</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Op 2 juli 2007 is de Centrumvisie Wijhe vastgesteld door de gemeenteraad op het functioneren van Wijhe. De Centrumvisie sluit aan bij de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van 1999. In de visie is de locatie reeds aangegeven als locatie waarvoor een ontwikkeling is voorzien.</p>
			<p><img src="i_NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201_0002.png" width="315" height="324" alt="verplicht"/>
			</p>
			<p>Afbeelding 2: Kaart centrumvisie Wijhe (met daarop de roodomlijnde locatie)<br/>
			</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s22">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>16</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>2.3.2</nummer>
		<titel>Wonen</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s19</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De Woonvisie Olst-Wijhe 2006-2015  is door de raad vastgesteld op 10 juli 2006. In deze beleidsnota is een visie neergelegd over het wonen in Olst-Wijhe omstreeks 2015, als basis voor keuzen die rond het wonen gemaakt moeten worden. Daarmee is de Woonvisie tevens een kader voor uitwerking van concrete projecten en/of het nemen van besluiten over de inzet van middelen. In 2009 is er opnieuw een uitgebreid woningbehoeftenonderzoek uitgeverd. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de ingezette koers in de woonvisie voor de lange termijn kan worden voortgezet. Daarnaast zijn in 2010 Prestatieafspraken wonen 2010-2015 met de provincie Overijssel gemaakt. Deze prestatieafspraken hebben als basis gedient voor de woningbouwprogrammering zoals deze door het college  is goedgekeurd op 24 augustus 2010. De ontwikkelingen aan de Julianalaan passen binnen het vastgestelde beleid. </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s23">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>17</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>2.3.3</nummer>
		<titel>Groenstructuur</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s19</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De slogan "Wijhe, het groenste dorp van Nederland" geeft het belang van een goede visie op het groen in en nabij het dorp al aan. De groenstructuur is dus heel waardevol voor de verdere ontwikkeling van Wijhe. Het behoud van dat groen is daarom in dit kader het eerste uitgangspunt voor het onderhavige plan. </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s3">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>18</volgnummer>
		<objectLabel>hoofdstuk</objectLabel>
		<nummer>3</nummer>
		<titel>Onderzoek</titel>
		<objectType>hoofdstuk in toelichting</objectType>
		<objectNiveau>2</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s1</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s24">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>19</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.1</nummer>
		<titel>Algemeen</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s3</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van het verrichtte onderzoek naar relevante feiten en af te wegen belangen (artikel 3.2. Algemene wet bestuursrecht). Allereerst wordt inzicht gegeven in de bestaande situatie van het plangebied. </p>
			<p>Om tot een gedegen planontwikkeling te komen zijn diverse onderzoeken uitgevoerd, die inzicht geven in de ontwikkelingsmogelijkheden van het gebied. </p>
			<p>Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van de verschillende onderzoeken die zijn uitgevoerd. Voor uitgebreidere informatie wordt verwezen naar de feitelijke onderzoeken.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s25">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>20</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.2</nummer>
		<titel>Cultuurhistorie en archeologie</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s3</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>In 2006 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg van kracht geworden. In het kader hiervan dient een gemeente ruimtelijke planvorming te toetsen op archeologische waarden. Indien potentiële archeologische waarden worden verstoord, dient hier nader onderzoek naar te worden verricht. Naast bouwkundige monumenten zijn er ook aardkundige monumenten, natuurmonumenten en landschapsmonumenten.</p>
			<p></p>
			<p>In het plangebied komen geen archeologische monumenten voor. Tevens is in het bestemmingsplan Wijhe met betrekking tot archologie gesteld dat er ter plaatse sprake is van een lage verwachtingswaarde. Bovendien is en wordt de grond geroerd door sloop van de bestaande bebouwing. Een onderzoek naar archeologische waarden is derhalve niet nodig. </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s26">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>21</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.3</nummer>
		<titel>Ecologie</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s3</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Een ruimtelijk plan mag namelijk geen significante gevolgen hebben voor een te beschermen gebied en/of soort. Om de ecologische waarden te kunnen beoordelen is een quickscan natuurtoets uitgevoerd door EcoGroen Advies. De bevindingen zijn hieronder  opgenomen. </p>
			<p></p>
			<p><strong>Gebiedsbescherming</strong>
			</p>
			<p>Voor de gebiedsbescherming zijn in het kader van de Europese richtlijnen in Nederland speciale beschermingszones aangewezen met een hoge wettelijke bescherming. Hiervoor zijn Natura 2000-gebieden en gebieden onderdeel uitmakend van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) opgenomen. </p>
			<p>Op basis van de afstand en de aard van de ruimtelijke ingrepen wordt ingeschat dat de beoogde plannen geen negatieve effecten hebben op de in de omgeving aanwezige Natura 2000-gebieden, Beschermde natuurmonumenten, EHS of belangrijke natuurwaarden buiten de EHS.</p>
			<p></p>
			<p><strong>Soortbescherming</strong>
			</p>
			<p>Op basis van de Flora- en faunawet zijn gebieden aangewezen voor de bescherming van dier- en plantensoorten. De werkingssfeer van de Flora- en faunawet is niet beperkt tot of gerelateerd aan speciaal aangewezen gebieden, maar geeft soorten overal in Nederland bescherming. Op grond van de Flora- en faunawet gelden algemene verboden tot het verwijderen van groeiplaatsen van beschermde plantensoorten en het beschadigen of verstoren van voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten. </p>
			<p></p>
			<p>Uit het veldbezoek is het volgende naar voren gekomen: </p>
			<ul>
				<li>De woningen herbergen potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen. Tijdens het avondbezoek is met zekerheid één (en vermoedelijk twee) winterverblijfplaats van Gewone dwergvleermuis aangetroffen. De beoogde plannen hebben geen nadelige gevolgen op mogelijk aanwezige vlieg- en/of jachtroutes en op belangrijk foerageergebied van vleermuizen;</li>
				<li>Verspreid in het plangebied zijn vaste verblijfplaatsen van enkele algemeen voorkomende, laag beschermde zoogdiersoorten te verwachten. Het voorkomen van de zwaarder beschermde zoogdier Steenmarter kan niet op basis van het veldonderzoek worden uitgesloten. Overige zwaarder beschermde soorten worden niet verwacht;</li>
				<li>De woningen herbergen locaties die geschikt zijn als broedlocatie voor Huismus, een broedvogel met jaarrond beschermde nesten. Groenstructuren in de omgeving van het plangebied vormen geschikt broedgebied voor algemene broedvogels zoals Merel, Winterkoning en Vink;</li>
				<li>Overwintering van laagbeschermde amfibieënsoorten is te verwachten onder strooisellaag en ruigte;</li>
				<li>In het plangebied zijn geen reptielen of beschermde flora, vissen, ongewervelden en weekdieren aangetoond of te verwachten.</li>
			</ul>
			<p></p>
			<p><strong>Vervolg</strong>
			</p>
			<p>In verband met de sloop van bebouwing waarin een vaste verblijfplaats (winterverblijfplaats) van Gewone dwergvleermuis is aangetroffen, dient een ecologisch werkprotocol te worden opgesteld, met daarin de te nemen mitigerende maatregelen om de functionaliteit van de verblijfplaats te garanderen;</p>
			<p>Om na te gaan of de bebouwing ook gebruikt wordt als kraam-/zomerverblijf en/of paarverblijf dient aanvullend vleermuizenonderzoek in de zomer (mei-half juli) en in de nazomer (augustus-september) plaats te vinden;In verband met de aanwezigheid van potentiële vaste verblijfplaatsen van Huismus, dient gericht onderzoek naar deze soort te worden uitgevoerd. Voor Huismus is één bezoek in de periode 10 maart- 20 juni voldoende. Op deze wijze kan bepaald worden of deze bebouwing als verblijfplaats voor Huismus fungeert;</p>
			<p>Tegelijkertijd met dit onderzoek kan een onderzoek naar de aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van Steenmarter kan uitgevoerd worden.</p>
			<p></p>
			<p>Bij dit bouwplan zal er gefaseerd worden gewerkt en gesloopt. Daarnaast zal SallandWonen gezamenlijk met de Vogelwerkgroep Wijhe-Olst mitigerende maatregelen bespreken.</p>
			<p></p>
			<p>Het ecologisch onderzoek is als <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s46">Bijlage</imropt:interneVerwijzing> toegevoegd.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s27">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>22</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.4</nummer>
		<titel>Geluid</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s3</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast ten gevolge van weg-, spoorweg- of industrielawaai. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van het projectbesluit dan ook aandacht te worden geschonken aan het aspect "geluid".</p>
			<p>In de Wet geluidhinder is een zonering van industrieterreinen, wegen en spoorwegen geregeld. Enerzijds betekent dit dat (geluids)eisen worden gesteld aan de milieubelastende functies, anderzijds betekent dit dat beperkingen worden opgelegd aan milieugevoelige functies. </p>
			<p>De verplichting tot het uitvoeren van een akoestisch onderzoek in relatie tot het opstellen van een bestemmingsplan of projectbesluit geldt niet indien in er geen mogelijkheden worden geboden voor het realiseren van nieuwe woningen en andere geluidgevoelige objecten.</p>
			<p></p>
			<p>Aangezien er geluidgevoelige objecten in het plangebied worden gerealiseerd, dient er akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. De ontwikkeling valt namelijk binnen de geluidszone van de spoorlijn Zwolle – Deventer. Het onderzoek moet aantonen of voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde op de gevels van de te realiseren woonbebouwing ten gevolge van het railverkeer op deze spoorweg.</p>
			<p></p>
			<p><strong>Onderzoek</strong>
			</p>
			<p>Door BVA is een onderzoek uitgevoerd naar het railverkeerslawaai vanwege de spoorlijn Zwolle-Deventer. De uitgangspunten en resultaten worden hieronder verkort weergegeven. </p>
			<p></p>
			<p><em>Uitgangspunten</em>
			</p>
			<p>De spoorweg Zwolle - Deventer, is een tweesporig baanvak en beschikt over een wettelijke geluidszone van 200 meter. Bij het realiseren van bebouwing die (gedeeltelijk) is gelegen binnen deze zone dient een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd dat inzicht moet geven in de geluidsbelasting op de gevels van de gebouwen, voor zover dit woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen zijn. De voorkeursgrenswaarde voor nieuwe woningen welke worden geprojecteerd binnen een geluidszone bedraagt op basis van artikel 4.9 Wgh voor woningen L<sub>den</sub> 55 dB.</p>
			<p></p>
			<p><em>Resultaat</em>
			</p>
			<p>Uit berekeningen blijkt dat de hoogste geluidsbelasting vanwege de spoorweg optreedt op de oostgevel van het meest oostelijke gebouw en op de zuidgevels van beide gebouwen. In alle gevallen bedraagt de geluidsbelasting (afgerond) L<sub>den</sub> 37 dB. Daarmee wordt ruimschoots aan de voorkeursgrenswaarde van L<sub>den</sub> 55 dB voldaan. Vanuit de Wet geluidhinder zijn er daarmee geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling.</p>
			<p></p>
			<p>Het onderzoek is als <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s48">Bijlage</imropt:interneVerwijzing> toegevoegd.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s28">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>23</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.5</nummer>
		<titel>Bodem</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s3</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Gestreefd wordt naar een duurzaam gebruik van de bodem. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er gezondheidsrisico's of ecologische risico's daardoor zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig.</p>
			<p>Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het plangebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor de voorgenomen functie(s). </p>
			<p></p>
			<p>Het bodemonderzoek vindt plaats op het moment dat de huidige woningen gesloopt zijn. Op deze manier kan ook de grond onder de woningen en andere verharding meegenomen worden. </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s29">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>24</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.6</nummer>
		<titel>Water</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s3</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s30">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>25</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.6.1</nummer>
		<titel>Algemeen</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s29</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De watertoets - zoals deze in het kader van ruimtelijke plannen dient te worden uitgevoerd - is het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. De watertoets wordt uitgevoerd binnen de bestaande wet- en regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening en water. De watertoets vormt de verbindende schakel tussen het waterbeheer en de ruimtelijke ordening.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s31">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>26</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.6.2</nummer>
		<titel>Waterrelevant Beleid</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s29</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De belangrijkste beleidsdocumenten waarin de waterhuishoudkundige doelstellingen zijn beschreven zijn 4<sup>e</sup> Nota Waterhuishouding, Anders omgaan met water: Waterbeleid 21<sup>e</sup> eeuw, de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), Beleidslijn Grote Rivieren en de Nota Ruimte. </p>
			<p></p>
			<p>Het beleid van het Waterschap Groot Salland staat beschreven in het Waterbeheerplan 2010-2015, de beleidsnota Leven met Water in Stedelijk Gebied, Strategische Nota Rioleringsbeleid 2007, Visie Beheer en Onderhoud 2050 en het Beleidskader Recreatief Medegebruik. Daarnaast is de Keur van het Waterschap Groot Salland een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. De genoemde beleidsdocumenten liggen ter inzage op het hoofdkantoor van het Waterschap Groot Salland. Ook zijn deze te raadplegen op de internetsite: <imropt:externeVerwijzing xl:type="simple" xl:href="http://www.wgs.nl">www.wgs.nl</imropt:externeVerwijzing>. Op gemeentelijke niveau is het in overleg met het waterschap opgestelde gemeentelijk Waterplan en het (verbreed) gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) van belang.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s32">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>27</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.6.3</nummer>
		<titel>Watertoetsproces</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s29</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het verplicht ruimtelijke plannen te 'toetsen op water', de zogenaamde Watertoets. De Watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. De Watertoets is ingevuld door middel van de website <imropt:externeVerwijzing xl:type="simple" xl:href="http://www.dewatertoets.nl">dewatertoets.nl</imropt:externeVerwijzing>. Uitkomst van dit proces is de standaard waterparagraaf, die hieronder is weergegeven. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding en de afvalwaterketen. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Waterschap Groot Salland geeft een positief wateradvies.</p>
			<p></p>
			<p><strong>Invloed op de waterhuishouding </strong>
			</p>
			<p>Binnen het besluitgebied worden niet meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd ten opzichte van de huidige situatie (nu 16 straks 20) en de toename van het verharde oppervlak bedraagt niet meer dan 1.500 m<sup>2</sup>. Het plangebied bevindt zich niet binnen een beekdal, primair watergebied of een stedelijke watercorridor. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. </p>
			<p></p>
			<p>Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Grondwateroverlast als gevolg van afwijkende aanleghoogten is voor verantwoordelijkheid van de initiatiefnemers. Om een goed inzicht te krijgen in het grondwatersysteem wordt geadviseerd om in overleg met het waterschap zo spoedig mogelijk te starten met een grondwateronderzoek. Dit kan in eerste instantie op basis van bestaande peilbuizen binnen of in de omgeving van het plangebied. Indien noodzakelijk kunnen nieuwe peilbuizen worden geplaatst.</p>
			<p><br/>Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een peilhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast.</p>
			<p><br/>Bij de aanleg van kelderconstructies dient aandacht te worden geschonken aan de toepassing van waterdichte materialen en constructies.</p>
			<p><br/>Het plan bevat een rioleringscomponent, want door het plan neemt het afvalwaterdebiet in het bestaande gemengde- of vuilwaterstelsel toe. Door de uitvoering van het projectbesluit neemt de belasting van het bestaande rioleringsstelsel toe. Dit levert geen problemen op ten aanzien van de capaciteit van het rioleringsstelsel en de capaciteit van de rioolwaterzuiveringsinstallatie. </p>
			<p><br/>
				<strong>Voorkeursbeleid hemel- en afvalwater</strong>
			</p>
			<p>Bij de afvoer van overtollig hemelwater is infiltratie in de bodem het uitgangspunt. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi's geniet daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een optie. Als infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s33">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>28</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.7</nummer>
		<titel>Luchtkwaliteit</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s3</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Met betrekking tot luchtkwaliteit moet rekening worden gehouden met het gestelde in de Wet milieubeheer (Wm), hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen en de bijbehorende bijlagen. Op basis van artikel 5.16 Wm kan, samengevat, het projectbesluit worden vastgesteld, indien:</p>
			<ol type="lower-alpha">
				<li>aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die een projectbesluit biedt, niet leiden tot het overschrijden van een in bijlage 2 van de Wet milieubeheer opgenomen grenswaarde die behoort bij hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, of</li>
				<li>aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die een projectbesluit biedt, leiden tot een verbetering per saldo van de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof dan wel, bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, de luchtkwaliteit per saldo verbetert door een samenhangende maatregel of een optredend effect, of</li>
				<li>aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het projectbesluit biedt niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in bijlage 2 een grenswaarde is opgenomen of</li>
				<li>het project is genoemd of beschreven dan wel past binnen een programma van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (in werking getreden per 01-08-2009).</li>
			</ol>
			<p><br/>Ruimtelijk-economische besluiten die "niet in betekenende mate" bijdragen aan de concentraties in de buitenlucht van stoffen waarvoor bijlage 2 van de Wet milieubeheer een grenswaarde bevat, worden niet langer, zoals voorheen, individueel getoetst aan die grenswaarden. Als gevolg daarvan kunnen tal van kleinere projecten doorgang vinden, ook in situaties waar nog niet aan de grenswaarden wordt voldaan. De effecten van deze projecten op de luchtkwaliteit worden verdisconteerd in de trendmatige ontwikkeling van de luchtkwaliteit, zoals beschreven in het Nationaal Samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit (NSL).</p>
			<p>Bij besluitvorming is het dus van belang om te bepalen of een initiatief "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit. In de algemene maatregel van bestuur "Niet in betekenende mate" (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. </p>
			<p><br/>Het begrip "niet in betekenende mate" is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO<sub>2</sub> en PM<sub>10</sub>. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden.</p>
			<p>Vooralsnog geldt dat:</p>
			<ul>
				<li>voor woningbouwlocaties met minder dan 1.500 woningen (in geval van één ontsluitingsweg) of 3.000 woningen (in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling) geen beoordeling op luchtkwaliteit meer hoeft plaats te vinden;</li>
				<li>voor infrastructuur dat bij minder dan 3% concentratiebijdrage (verkeerseffecten gecorrigeerd voor minder congestie) ook geen beoordeling op luchtkwaliteit meer hoeft plaats te vinden;</li>
				<li>voor kantoorlocaties is dat bij minder dan 100.000 m<sup>2 </sup>brutovloeroppervlak bij 1 ontsluitende weg, of 200.000 m<sup>2</sup> brutovloeroppervlak bij 2 ontsluitende wegen. </li>
			</ul>
			<p><br/>Het projectbesluit maakt een ontwikkeling mogelijk, die van geringere omvang is dan wat hiervoor is aangegeven en daarom kan geconcludeerd worden dat de luchtkwaliteit niet "in betekenende mate" zal verslechteren. Derhalve hoeft niet nader op het aspect luchtkwaliteit te worden ingegaan.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s34">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>29</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.8</nummer>
		<titel>Externe veiligheid</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s3</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Van de ramptypes die verband houden met externe veiligheid ("Indeling Leidraad maatramp") zijn met name ongevallen met brandbare/explosieve of giftige stoffen van belang. </p>
			<p><br/>Deze ongevallen kunnen nader worden onderscheiden in ongevallen met betrekking tot:</p>
			<ul>
				<li>inrichtingen;</li>
				<li>vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen;</li>
				<li>vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor.</li>
			</ul>
			<p><br/>
				<strong>Inrichtingen</strong>
			</p>
			<p>De risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in inrichtingen dienen tot een aanvaardbaar minimum te worden beperkt. Daartoe zijn in het "Besluit externe veiligheid inrichtingen" (hierna: Bevi) regels gesteld. </p>
			<p><br/>Bij het toekennen van bepaalde bestemmingen dient onderzocht te worden:</p>
			<ul>
				<li>Of voldoende afstand in acht wordt genomen tussen (beperkt) kwetsbare objecten enerzijds en risicovolle inrichtingen anderzijds in verband met het plaatsgebonden risico.</li>
				<li>Of (beperkt) kwetsbare objecten liggen binnen in het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen en zo ja, wat de bijdrage is aan het groepsrisico.</li>
			</ul>
			<p><br/>Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een plaats buiten een inrichting zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Voor kwetsbare objecten geldt een plaatsgebonden risico PR 10<sup>-6</sup> en voor beperkt kwetsbare objecten geldt een richtwaarde voor het plaatsgebonden risico PR 10<sup>-6</sup>.</p>
			<p></p>
			<p>Het groepsrisico bestaat uit de cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is.</p>
			<p></p>
			<p>In de directe nabijheid van het plangebied liggen geen Bevi-inrichtingen. Er zijn in dit kader dan ook geen externe veiligheidseffecten waarmee rekening moet worden gehouden.</p>
			<p></p>
			<p><strong>Buisleidingen</strong>
			</p>
			<p>In de directe nabijheid van het plangebied liggen geen buisleidingen waardoor vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals bijvoorbeeld aardgas, plaatsvindt. Er zijn in dit kader dan ook geen externe veiligheidseffecten waarmee rekening moet worden gehouden.</p>
			<p><br/>
				<strong>Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor</strong>
			</p>
			<p>In de directe nabijheid van het plangebied vindt geen transport van gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor plaats. Er zijn in dit kader dan ook geen externe veiligheidseffecten waarmee rekening moet worden gehouden.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s4">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>30</volgnummer>
		<objectLabel>hoofdstuk</objectLabel>
		<nummer>4</nummer>
		<titel>Planbeschrijving</titel>
		<objectType>hoofdstuk in toelichting</objectType>
		<objectNiveau>2</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s1</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s38">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>31</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.1</nummer>
		<titel>Huidige situatie</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s4</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>In de huidige situatie is sprake van 16 duplexwoningen aan de Julianalaan 10 t/m 40 (even nummers). De appartementen zijn oost- en west-georienteerd en worden gescheiden door een grasveld met daarop enkele bomen. Deze openbare ruimte is eigendom van de gemeente. De woningen zijn woontechnisch verouderd en zijn aan vervanging toe. Salland Wonen is eigenaar van de woningen en wil de woningen vervangen voor een nieuw complex.</p>
			<p></p>
			<p><img src="i_NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201_0003.png" width="480" height="265" alt="verplicht"/>
			</p>
			<p>Afbeelding 3: Huidige situatie, bron Google maps</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s44">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>32</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.2</nummer>
		<titel>Toekomstige situatie</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s4</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>In de toekomstige situatie worden er twee woongebouwen gerealiseerd die met een trappenhuis met elkaar verbonden worden. Tussen de twee woongebouwen, die eenzelfde orientatie hebben als de huidige woningen zal een binnentuin komen. In de woongebouwen zullen tezamen 20 duurzame/ energiezuinige appartementen komen voor de doelgroep senioren (55+). Op de begane grond komen per woongebouw 3 appartementen en 10 bergingen. Op de eerste verdieping worden 4 appartementen gerealiseerd en op de tweede verdieping wederom 3. De appartementen op de tweede verdieping krijgen een lessenaarskap. Het grondbeslag of footprint zal in de nieuwe situatie ongeveer 1.050 m<sup>2</sup> zijn.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s42">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>33</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.3</nummer>
		<titel>Parkeren</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s4</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Het CROW gaat uit van een norm van 1.25 parkeerplaatsen voor sociale huurwoningen. Voor het complex is een norm van 1.5 gehanteerd, wat neerkomt op 30 parkeerplaatsen.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s35">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>34</volgnummer>
		<objectLabel>hoofdstuk</objectLabel>
		<nummer>5</nummer>
		<titel>Inspraak</titel>
		<objectType>hoofdstuk in toelichting</objectType>
		<objectNiveau>2</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s1</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s37">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>35</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>5.1</nummer>
		<titel>Inspraak</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s35</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Het ontwerpbesluit zal voor een periode van zes weken ter inzage worden gelegd, waarop een ieder een zienswijze kan indienen. Daarnaast zal het worden toegestuurd aan belanghebbende bestuursorganen en andere belanghebbenden. </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s6">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>36</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer></nummer>
		<titel>Bijlagen</titel>
		<objectType>bijlagen bij toelichting</objectType>
		<objectNiveau>2</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s1</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s46">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>37</volgnummer>
		<objectLabel>bijlage</objectLabel>
		<nummer>1</nummer>
		<titel>Quickscan natuurtoets</titel>
		<objectType>bijlage bij toelichting</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s6</ouderId>
		<externeVerwijzingLink>tb_NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201_1.pdf</externeVerwijzingLink>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s48">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>38</volgnummer>
		<objectLabel>bijlage</objectLabel>
		<nummer>2</nummer>
		<titel>Akoestisch onderzoek</titel>
		<objectType>bijlage bij toelichting</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s6</ouderId>
		<externeVerwijzingLink>tb_NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201_2.pdf</externeVerwijzingLink>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s52">
		<plangebied>NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201</plangebied>
		<volgnummer>39</volgnummer>
		<objectLabel>bijlage</objectLabel>
		<nummer>3</nummer>
		<titel>Besluit</titel>
		<objectType>bijlage bij toelichting</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s6</ouderId>
		<externeVerwijzingLink>tb_NL.IMRO.1773.PB2010004007-0201_3.pdf</externeVerwijzingLink>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
</plantekst>
