direct naar inhoud van 4.4 Cultureel erfgoed
Plan: Kleine kernen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1773.BP2010001025-0301

4.4 Cultureel erfgoed

4.4.1 Archeologie

Ter implementatie van het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. Deze nieuwe wet vormt een wijziging van de Monumentenwet. De kern van Wamz is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven.

De Wamz verplicht gemeenten bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening te houden met de in hun bodem aanwezige waarden. Naast het inventariseren van de te verwachten archeologische waarde, moet het bestemmingsplan uiteindelijk, indien nodig (en mogelijk), een bescherming bieden voor waardevolle gebieden. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden.

Concreet

De indicatieve kaart archeologische waarden (ikaw) geeft een goed eerste inzicht in mogelijk aanwezige archeologische waarden in het plangebied. De ikaw is echter nog te algemeen. Op 4 oktober 2010 is het gemeentelijke archeologiebeleid vastgesteld, met de daarbij horende archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart (figuur 8). Deze geldt voor alle gronden van de gemeente.

afbeelding "i_NL.IMRO.1773.BP2010001025-0301_0010.png"

Figuur 8. Indicatieve kaart archeologische waarden

Het beleid geeft specifieke beleidsregels voor het gemeentelijk grondgebied. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in buitengebied en bebouwde kom. Het plangebied van dit bestemmingsplan richt zich op plannen in de bebouwde kom. Het beleid gaat uit van een onderzoeksplicht bij alle verwachtingswaarden. De onderzoeksplicht geldt bij gebieden met een hoge verwachting voor ontwikkelingen groter dan 100 m2 en een verstoringsdiepte dieper dan 0,50 meter. Bij gebieden met een middelhoge verwachting is dit 250 m2 en een verstoringsdiepte dieper dan 0,50 meter. Bij gebieden met een lage verwachting is er een onderzoeksplicht bij plannen/initiatieven groter dan 5 hectare (50.000 m2). Bij archeologische monumenten (AMK-terreinen) geldt altijd een onderzoeksplicht.

De regeling voor archeologie wordt aangepast aan de regeling zoals deze in het beleid is opgenomen. Daarbij wordt uitgegaan van het opnemen van een dubbelbestemming “Waarde - Archeologie”, met daarin een specifieke regeling die gericht is op behoud van mogelijke waarden. Met betrekking tot cultuurhistorische elementen wordt verwezen naar de paragraaf "Overige (specifieke) functies en te beschermen waarden".

4.4.2 Cultuurhistorie

Vanaf 1 januari 2012 schrijft het Bro voor in artikel 3.1.6 lid 2 dat in bestemmingsplannen moet worden aangegeven hoe is omgegaan met cultuurhistorische waarden.

De gemeente heeft een cultuurhistorie inventarisatie naar karakteristieke panden en waardevolle erven uitgevoerd, deze is opgenomen in bijlage 1. Het gaat hier om gebouwen en erven die niet op andere wijze (bijvoorbeeld via de Monumentenwet 1988 of via verordeningen) worden beschermd. De karakteristieke panden zijn in dit bestemmingsplan aangeduid als 'karakteristiek'. Deze panden mogen naast de al toegelaten functie (met name wonen) ook onder voorwaarden gebruikt worden voor detailhandel en maatschappelijke voorzieningen. Hiervoor is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen.

Daarnaast zijn de waardevolle bomen in het plangebied geïnventariseerd. Deze zijn bestemd met de dubbelbestemming 'Waarde - Waardevolle bomen'.